logo nl small

Omai, Joshua Reynolds High Society – onder deze noemer toont het Rijksmuseum in Amsterdam dit voorjaar een grote tentoonstelling – letterlijk! Hiervoor zijn in de Philipsvleugel van het Rijksmuseum levensgrote portretten ten voeten uit te bewonderen. Aanleiding voor deze tentoonstelling was de aankoop in 2016 van de twee enige grote portretten ten voeten uit van Rembrandt van Rijn: Marten Soolmans en Oopjen Coppit. Na enig heen en weer werden beide portretten gemeenschappelijk door de Nederlandse en de Franse staat verworven. Tijdens de afgelopen maanden werden deze twee schilderijen in het restauratieatelier van het Rijksmuseum zorgvuldig gerestaureerd. Rond om het echtpaar Marten en Oopjen heen pronken nu in deze tentoonstelling andere levensgrote portretten van vergelijkbare monumentaliteit uit de eeuwen voor en na Rembrandts meesterwerken.

De tentoonstelling High Society toont een keuze van portretten ten voeten uit, afkomstig van internationale verzamelingen, en richt zich daarbij niet alleen op Nederlandse werken, zo als anders vaan bij speciale tentoonstellingen hier te lande. Zo zijn er ook highlights van Italiaanse, Duitse en Engelse portretkunst te bewonderen – en dat niet alleen van bekende meesters als Lucas Cranach, Veronese, Van Dyck, Gainsborough, Reynolds of Munch. Ook schilders die bij het grote publiek minder bekendheid genieten zijn vertegenwoordigd. In het geval van twee portretten van de hand van Paolo Veronese kon zelfs een familie weer herenigd worden. Terwijl moeder Livia da Porto Thiene en haar dochter in het Walters Art Museum in Baltimore thuis zijn, behoort het schilderij met haar echtgenoot Iseppo da Porto en hun zoon aan de Uffizi in Florence. In het Rijksmuseum hangen de vier nu weer in alle harmonie naast elkaar. Onder de geportretteerden vinden we vertegenwoordigers van de Europese (hoge) adel even als zelfbewuste Hollandse burgers en militaire bevelhebbers, befaamde schoonheden en exotische verschijningen, een als rokkenjager bekende gynaecoloog en een slavenhouder, brave en minder brave echtgenotes, een femme fatale, een schrijfster en een fabrieksdirecteur.

Ferdinand Bol, zelfportret, 1653, Rijksmuseum In de winter 2017-2018 is het werk van de schilders Govert Flinck en Ferdinand Bol onderwerp van tentoonstellingen in verschillende musea in Amsterdam. Beide kunstenaars waren aan het begin van hun loopbaan leerling van Rembrandt van Rijn maar groeiden uit tot buitengewoon vaardige zelfstandige schilders die vervolgens zelfs succesvoller werden dan hun meester. Vaak krijgen zij de stempel "leerling van Rembrandt" mee, wat hun oeuvre geen recht aan doet. Reden voor het Museum Rembrandthuis en het Amsterdam Museum om Govert Flinck (1615-1660) uit Kleef en Ferdinand Bol (1616-1680) uit Dordrecht eens in de spotlights te zetten.

De expositie in het Museum Rembrandthuis richt zich op het begin van hun werk, een periode waarin Govert Flinck en Ferdinand Bol behoorlijk onder de invloed van hun leermeester Rembrandt stonden. Twee schilderijen van Flinck met het onderwerp "Isaac zegent Jacob" maken bijvoorbeeld mooi aanschouwelijk hoe zijn stijl veranderde na de overgang van zijn eerste leermeester Lambert Jacobsz. naar Rembrandt als de tweede. Naast schilderijen uit de 1640er jaren van Bol en Flinck zien we in het Museum Rembrandthuis prachtige tekeningen, alsook etsen van Ferdinand Bol, die zich als een van de weinige leerlingen van Rembrandt ook diens vaardigheden in de etskunst eigen maakte. 

 

Rembrandt tekening van Jan SixEen niet alledaagse vriendschap. Dat is wat – zo ver wij weten – Rembrandt van Rijn met de Amsterdamse patriciër Jan Six verbond. Bewijsstukken van deze vriendschap worden nu in Museum het Rembrandthuis tentoongesteld. Deze zijn vooral van Rembrandts hand afkomstig of werden beïnvloed door de vruchten van Rembrandts creativiteit, die direct met Jan Six te maken hebben. 

Wij spreken van het portret van Jan Six dat Rembrandt in 1647 etste, en de tekeningen die Rembrandt eraan voorafgaand maakte om tot de uiteindelijke compositie van de ets te komen. Drie zulke tekeningen zijn bewaard gebleven, twee ervan in de Collectie Six die tot vandaag de verzameling van de familie beheert. Op éen van de tekeningen zijn zelfs de sporen van het doordrukken op de koperplaat te zien. Want dat moest gebeuren om de lijnen van de compositie op de koperplaat vast te leggen en vervolgens de ets te kunnen maken. Daarmee was Rembrandt niet in een keer klaar. Hij maakte proefdrukken en veranderde het werk tussendoor steeds weer een beetje. Ook al moeten wij vandaag – "zoek de verschillen" – écht goed kijken om de correcties van de meester waar te kunnen nemen. Van bijna alle versies is een exemplaar vertegenwoordigd op deze tentoonstelling in het Rembrandthuis. Op één na, die tot een van de zeldzamere staten hoort.

Van de koperplaat werden tot ver in de 20ste eeuw afdrukken gemaakt, wat de kwaliteit van de meer recente afdrukken niet bepaald ten goede kwam. En de koperplaat zelf, ook uit de collectie Six, is eveneens in de tentoonstelling te bewonderen.

Gerrit Rietveld Steltmanstoel 1963 In 2017 viert Nederland 100 jaar De Stijl, want in 1917 verscheen de eerste uitgave van het tijdschrift De Stijl – een serie publicaties waaromheen een hele reeks kunstenaars en architecten actief waren. De artistieke stroming die hieruit voortkwam, werd vervolgens naar het tijdschrift genoemd. De drie grote namen uit hun midden zijn Piet Mondriaan, Theo van Doesburg en meubelmaker en architect Gerrit Rietveld. Het Centraal Museum in Utrecht eert de Utrechter Rietveld daarom dit jaar met een mooie tentoonstelling, te zien van 4 maart 2017 tot en met 11 juni 2017. Want Utrecht is niet alleen de plaats waar Rietveld woonde en werkzaam was. Hier staat ook zijn meesterwerk, het wereldberoemde Rietveld Schröderhuis, een icoon van het Nieuwe Bouwen en De Stijl en sinds 2000 opgenomen op de UNESCO Werelderfgoedlijst.

Van meubelmaker tot ontwerper

Gerrit Rietveld begon zijn loopbaan als ontwerper van meubels. Het beroep van architect heeft hij zich aansluitend in zelfstudie eigen gemaakt. In de tentoonstelling is te zien met welke uiteenlopende ontwerpen Gerrit Rietveld zich bezig hield. Toen hij nog in de werkplaats van zijn vader werkte, maakte hij bijvoorbeeld in 1905 nieuwe meubels voor het poortgebouw van het van oorsprong middeleeuwse Slot Zuylen aan de Vecht. Later verzorgde hij de vernieuwing van twee winkels aan het Oudkerkhof in Utrecht.

In 1917 opende hij zijn eigen werkplaats. Rietveld durfde steeds meer te experimenteren. Verschillende ontwerpen voor stoelen van zijn hand zijn vandaag beroemd, met name de rood-blauwe Rietveld-stoel, maar ook de Berlijnse stoel en de zigzagstoel genieten alom bekendheid. Een door Rietveld vervaardigde speelgoed kruiwagen en zijn bolderkar zijn ook in de tentoonstelling in het Centraal Museum te zien en geven, samen met documenten en foto's, een aardig kijkje in zijn privéleven.

Magere Compagnie van Frans Hals en Pieter Codde Als u voor de komende weken een Kukullus rondleiding in het Rijksmuseum boekt, komt u best een paar uitzonderlijke bijzonderheden tegen. U krijt niet alleen uitleg over de speciale gast in de Eregalerij, het Laatste Oordeel van Lucas van Leyden, een indrukwekkend altaarschilderij dat er momenteel in bruikleen te zien is - een van de topstukken uit de renaissance in Nederland.

 

Tijdelijk bent u ook live getuige van zeer gespecialiseerd onderzoek naar een schuttersstuk van Frans Hals en Pieter Codde. De 'Magere Compagnie' wordt momenteel letterlijk onder de loep genomen, onder de loep van een geavanceerd röntgenapparaat die elke millimeter van het doek scant. Zo worden we vervolgens hopelijk wijzer hoe precies dit werk door de handen van twee nogal verschillende meesters uit de 17de eeuw is ontstaan.

 

Claude Monet, Atelierboot, 1874, Kröller Müller Museum OtterlooAlles draait om het landschap bij deze drie meesterlijke schilders. Claude Monet en Vincent van Gogh hebben al cultstatus bereikt. Daubigny is bij het grote publiek onbekender. Daarin brengt het Van Gogh Museum in Amsterdam nu verandering, met een oogstrelende tentoonstelling, te zien van 21 oktober 2016 tot en met 29 januari 2017.

Wat hebben deze drie kunstenaars nu met elkaar te maken? Charles-François Daubigny (1817-1878), Claude Monet (1840-1926) en Vincent van Gogh (1853-1890) zijn niet precies generatiegenoten. Maar zij werden wel door elkaar beïnvloed, met name de jongere door de ouderen: Monet en Van Gogh door Daubigny. Maar ook deze laatste, en de oudste van de drie, liet zich op latere leeftijd door de impressionisten en hun losse en vaak kleurrijke schilderstijl inspireren.

Het werk van drie meesterlijke schilders naast elkaar

Hun verschillen in stijl en artistieke opvatting zijn mooi te vergelijken wanneer werk met verwante sujets direct naast elkaar hangt. Zoals bijvoorbeeld op de eerste verdieping van het museum het geval is met drie schilderijen van bloeiende fruitbomen – iets waar wij nu aan het begin van de winter alleen maar naar kunnen uitkijken.

Frans Post, gordeldierEen echte avonturier onder de schilders. Frans Post (1612-1680) hoorde bij het groepje ondernemingslustige mannen, die onder leiding van Johan Maurits van Nassau Siegen 1636 naar Brazilië reisden. Een plek op de aardbol waar niemand van hun familie en kennissen ooit geweest was. Waar ze niet konden weten, wat ze aan zouden treffen. Welke gevaren ze tegen zouden komen. En of ze überhaupt in levenden lijve terug naar Nederland zouden komen.

Frans Post was binnen het groepje een van de schilders, verantwoordelijk om op doek of papier vast te houden wat er allemaal bijzonders in Nederlands Brazilië te zien was, en hoe gouverneur Johan Maurits er in opdracht van de Westindische Compagnie (de WIC) een bloeiende kolonie van maakte. Want anders dan door tekenen en schilderen kon je toen niet in beeld vasthouden hoe de omgeving eruit zag. Fotografie en film bestonden nog niet. 

Prachtige tekeningen van dieren uit Brazilië

Domtoren UtrechtDe Domtoren is al de superster onder de bezienswaardigheden van Utrecht. En nu ook onderwerp van een speciale tentoonstelling in het Centraal Museum. Van 25 juni 2016 tot en met 2 oktober 2016 worden hier veel wetenswaardigheden aanschouwelijk gemaakt over Nederlands hoogste kerktoren. De inhoud van de tentoonstelling komt voort uit een samenwerking van de museumconservator stadsgeschiedenis Renger de Bruin en René de Kam, Coördinator Publieksbereik Erfgoed in Utrecht en auteur van het boek 'De Utrechtse Domtoren. Trots van de stad', een even omvangrijk als aan te bevelen boek dat 2014 verscheen.

In boek én tentoonstelling wordt het verhaal van deze unieke toren en een bijzonder stuk stadsgeschiedenis verteld. Tijdens de bouw van de gotische domkerk in de middeleeuwen (van 1321 tot 1382) werd besloten dat de kathedraal van een toren voorzien moest worden. En dan wel van de hoogste in het hele bisdom Utrecht. De bouw ervan werd voor een groot deel gefinancierd door de verkoop van aflaten. Deze praktijk moest tijdens de reformatie onder Maarten Luther en collega's behoorlijk wat kritiek verwerken en zo slonk deze geldstroom. Hierdoor zou het middenschip van de kerk nooit echt afgemaakt worden.

Oor van Van Gogh op een zelfportretVincent van Gogh was ziek. Dat wisten we al. Maar hoe zijn ziekte zich manifesteerde, dit is nu onderwerp van een tentoonstelling in het Van Gogh Museum in Amsterdam, met de laatste stand van zaken omtrent onderwerpen als waanzin en genialiteit, ziektebeeld, genezing en sociale omgeving. De expositie heeft de titel "On the Verge of Insanity" en is te zien van 15 juli tot en met 25 september 2016.

Wat weten we over zijn ziekte, welke symptomen waren er, wat wisten de artsen over zijn toestand te vertellen? De tentoonstelling gaat vragen als deze na. Naast schilderijen en tekeningen zijn daarbij ook originele documenten en brieven in ogenschijn te nemen. Een hoogtepunt vormt Vincents portret van dokter Félix Rey uit het Pushkin Museum in Moskou. Het misschien meest spectakulaire object in de tentoonstelling is het pistool waarvan aangenomen kan worden dat Vincent van Gogh zich ermee op 27 juli 1890 van het leven wilde beroven. Het pistool werd enkele jaren geleden teruggevonden en als vermoedelijk corpus delicti geïdentificeerd. Nu is het in een vitrine in het Van Gogh Museum in Amsterdam te bewonderen. Een verroest stuk metaal dat tot relikwie wordt. 

Leer Rembrandt en zijn werken kennen in Amsterdam

Oopjen Coppit Rembrandt RijksmuseumMarten Soolmans, Rembrandt, Rijksmuseum Vanaf 2 juli 2016 is het zo ver en kunnen Marten en Oopjen bewonderd worden in het Rijksmuseum. Deze twee grote portretten van Rembrandt van Rijn werden in 2015 gemeenschappelijk door de Nederlandse Staat en de Republiek Frankrijk aangekocht en zullen voortaan om de beurt in het Louvre en het Rijksmuseum te zien zijn. Marten Soolmans en Oopjen Coppit waren een jong getrouwd stel dat Rembrandt in 1634 portretteerde, toen hij net van Leiden naar Amsterdam verhuisd was en hier zijn veelbelovende carriere voortzette. Marten Soolmans was de zoon van een migrant die uit Antwerpen naar de republiek was gekomen en de schatrijke bruid Oopjen was de dochter van een graan- en buskruithandelaar.

De portretten zullen in de toekomst afwisselend in het Louvre in Parijs en in het Rijksmuseum in Amsterdam te zien zijn. Maar vóór ze weer naar Frankrijk reizen, komt er eerst een restauratie aan, die door de experts van het restauratieatelier van het Rijksmuseum uitgevoerd zal worden. Voorlopig schoongemaakt werden ze al in Parijs. Vóór ze weer onder handen worden genomen, worden de twee prachtige portretten in het Rijksmuseum getoond, en wel in de Nachtwachtzaal.

Adriaen van de Velde, Boerderij met dode boom, National Gallery London Hij wordt ons als landschapsschilder gepresenteerd en dat is hij ook. Maar niet alleen dit. In zijn schilderijen weet Adriaen van de Velde ook met veel talent figuren en dieren weer te geven. Met de combinatie van landschap, dier en mens worden zijn schilderijen pas echt boeiend, levendig, zeg maar. Adriaen van de Velde kwam uit een heuse schildersfamilie. Zijn broer Willem van de Velde schilderde prachtige zeestukken. Evenals zijn vader Willem van de Velde de Oude, trouwens, van wie beide zoons hun vak leerden. Adriaen bleek al vroeg talent te hebben en gold als een "wonderkind". Met zijn schilderijen sloeg hij een ander pad in dan vader en broer met hun maritieme onderwerpen deden.

 

Utrechts Psalter, Illustratie met waterorgelIn het Utrechtse Museum Catharijneconvent viel in 2015 een bijzondere schat te bewonderen. Het Utrechts Psalter, een uniek middeleeuws handschrift, werd onlangs toegevoegd aan het UNESCO Memory of the World Register. Een passende aanleiding om dit bijna 1200 jaar oude werk met zijn uitzonderlijk mooie illustraties, dat normaal in de bibliotheek van de Universiteit Utrecht bewaard wordt, aan het grotere publiek te presenteren. Dit gebeurde van 21 oktober t/m 22 november 2015 in het Museum Catharijneconvent, hét Nederlandse museum voor christelijke kunst.

Jan Miense Molenaer, zelfportret met familie, ca. 1635Zelfportretten zijn geen uitvinding van het digitale tijdperk. Ook al zou men dit wel kunnen denken, gezien de massa's mensen die tegenwoordig een selfie met hun smartphone maken, voor een bezienswaardigheid overal ter wereld of gewoon voor de badkamerspiegel. Hoe ver de interesse aan de handgemaakte afbeelding van de eigen persoon teruggaat in de tijd, dit toont nu de tentoonstelling Hollandse zelfportretten - Selfies uit de Gouden Eeuw in het Mauritshuis in Den Haag. Hier zien wij hoe Hollandse schilders uit de 17de eeuw zich zelf vereeuwigden en welke verschillende middelen en oplossingen zij daarbij gebruikten. Er zijn bekende en minder bekende schilders vertegenwoordigd, zoals Gerard Dou, Rembrandt van Rijn, Huygh Voskuyl en Carel Fabritius.

Johannes Vermeer, Het Straatje (Delft), 1658, Rijksmuseum AmsterdamEen wereldberoemde straatscene heeft lange tijd raadsels opgegeven. Nu weten wij echter welke huizen Vermeer in zijn schilderij Het Straatje  van 1658 afbeeldde. Onderzoek van kunsthistoricus professor Frans Grijzenhout leverde op dat het werk de locatie van het huidige adres Vlamingstraat 40-42 in Delft weergeeft. De ontdekking was aanleiding voor het Rijksmuseum om een kleine tentoonstelling over deze nieuwe inzichten in te richten, te zien tot 13 maart 2016.

Het schilderij dat officieel de naam "Gezicht op huizen in Delft" draagt, is sinds 1921 in het bezit van het Rijksmuseum en toont de gevels van twee huizen aan een straat met ertussen twee poortjes die naar twee steegjes leiden. Deze situatie blijkt na het onderzoek zo uniek te zijn in de binnenstad van Delft dat er maar één mogelijke locatie over is. Op deze plek woonde een tante van Johannes Vermeer, Ariaentgen Claes van der Minne, een halfzus van Vermeers vader. Zij verdiende het levensonderhoud voor haarzelf en de kinderen en kleinkinderen waarmee zij samen hier woonde, door het verkopen van pens. Daarom werd het rechter poortje ook wel de Penspoort genoemd. 

 

Rembrandt als Apostel Paulus Hij was zeker niet meer de jongste. Had al een faillissement achter de rug, zijn vrouw en drie kinderen verloren en menig geschil geprobeerd uit te vechten, privé en zakelijk. Het hoogtepunt van zijn roem scheen ruim een decennium eerder bereikt. Maar niets kon Rembrandt stoppen in zijn artistieke dadendrang en zijn lust te schilderen. En te experimenteren met kunst, toen hij besloot om een portret van zichzelf met zijn schildersgereedschap voor twee perfecte cirkels te maken – een van de vele hoogtepunten in misschien de belangrijkste tentoonstelling in Nederland van dit jaar.

Juist in zijn late jaren zijn sommige van Rembrandts meest indrukwekkende werken ontstaan. Over dit late deel van zijn oeuvre ontfermt zich een speciale tentoonstelling in het Rijksmuseum, naar verwachting van velen dé tentoonstelling van het jaar. Deze expositie was eerder al in de National Gallery in Londen te zien. Daarom moesten bezoekers van het Rijksmuseum in de afgelopen wintermaanden een aantal hoogtepunten uit de Eregalerij – zoals het Joods Bruidje, de Staalmeesters, Titus als monnik of Rembrandts  Zelfportret als Apostel Paulus - missen. Maar ze zijn weer heelhuids terug. En in Amsterdam zijn nu zelfs een aantal schilderijen te zien die in de National Gallery niet getoond konden worden.

Naast schilderijen uit de eigen collectie zijn kunstwerken van bruikleengevers te beleven, ook uit privé verzamelingen. Denk bijvoorbeeld aan de Claudius Civilis uit Stockholm (die in 2014 al enige tijd te gast was in de Eregalerij), aan het beroemde Zelfportret met schilderspalet en twee mysterieuze cirkels uit Kenwood House of aan het prachtige familieportret uit Braunschweig dat door zijn tedere gebaren nauw verwant met het late schilderij van Isaak en Rebekka uit Amsterdam blijkt te zijn. Of wat te denken van de ontroerende Zelfmoord van Lucretia, zelden werd verdriet zo subtiel en overtuigend in scene gezet.

Alexander Calder Crinkly 1969 Rijksmuseum Monumentale werken van de Amerikaan Alexander Calder domineren deze zomer de tuinen van het Rijksmuseum. In het tweede jaar op rij organiseert het museum een tentoonstelling over een belangrijke beeldhouwer van de 20ste eeuw. In 2014 staat het park vol met standing mobiles en stabiles van een van de meest spraakmakende vertegenwoordigers van moderne beeldhouwkunst.

Alexander Calder (1898-1976) is bekend voor de unieke draai die hij – vaak letterlijk – aan zijn werken gaf. Op speelse manier maakte hij staande en bewegende sculpturen. Hij begon zijn loopbaan met een opleiding tot ingenieur in de werktuigbouw – en leerde hier ongetwijfeld vaardigheden, die later van pas zouden komen. Hij was als autodidact begonnen maar volgde vanaf 1926 een opleiding aan de Académie de la Grande Chaumière in Parijs.

Alexander Calder Tamanoir Ant-eater miereneter Rijksmuseum parkBetovering in staal 

Aanvankelijk waren Calders beelden van relatief klein formaat. Een bezoek aan het atelier van Piet Mondriaan werd een sleutelmoment. Calder legde zich nu meer toe op abstracte moderne beelden. Dynamiek werd een cruciaal thema voor hem. Hij vervaardigde sierlijke mobiles, bewegende werken, die pas onder invloed van wind en beweging van de lucht hun volledige werking bereiken. Want dan bewegen de mobiles zelf ook. Een belevenis, dat aan een ballet van kunstwerken doet denken. Calder werd hiermee een van de prominentste vertegenwoordigers van kinetische sculptuur.

museum kunstpalast im ehrenhof düsseldorf In juli 2014 is het 55 jaar geleden dat de Duitse schilder en graficus George Grosz overleed. Aanleiding voor het Museum Kunstpalast in Düsseldorf om een tentoonstelling aan zijn grafisch oeuvre te wijden. Met 120 werken bezit het museum een collectie waaruit veel hoogstandjes geput kunnen worden - voor deze expositie aangevuld met werken in bruikleen. 

De getoonde tekeningen en grafieken van deze belangrijke vertegenwoordiger van het dadaïsme en de Neue Sachlichkeit  (nieuwe zakelijkheid) zijn van de periode van de Weimarer Republik (de Weimarrepubliek), vóór George Grosz in 1933 Duitsland verliet en naar de Verenigde Staten emigreerde. 

Het in de Ehrenhof in Düsseldorf Museum Kunstpalast presenteert in deze tentoonstelling met de titel "Der große Zeitvertreib" ("de grote tijdverdrijf") een aantal indrukwekkende tekeningen en aquarellen van een kunstenaar die graag bijtende kritiek aan de heersende klasse en de zich vermakende lagen van de maatschappij uitte. In tijden van verregaande sociale misères was satire zijn middel om een boodschap over te brengen. Ook met een puntig geslepen pen. 

Te zien t/m 17 augustus 2014 

22 mei 2014 

 

 

Kirchner Englisches Tanzpaar Städel Frankfurt detailLevendige kleur op doek en op papier - wie van de expressionistische schilderijen van de Duitse beweging Die Brücke  houdt, wordt deze zomer in München getrakteerd op een kleurrijke tentoonstelling. De Pinakothek der Moderne toont werken van Ernst Ludwig Kirchner (1880-1938) en legt daarbij de nadruk op zijn intensief gebruik van felle kleuren. De expositie laat werken uit de eigen collectie van de Pinakothek zien, de meest omvangrijke verzameling van Kirchners schilderijen in Duitsland, aangevuld met bruiklenen uit belangrijke musea en privéverzamelingen. Kirchner was een voraanstaand lid van de kunstenaarsgroep Die Brücke  en zijn werk telt tot het beste dat het Duits Expressionisme voortgebracht heeft.

Kleur van alle kanten in de Pinakothek der Moderne

Scheepvaartmuseum Amsterdam Tot eind augustus 2014 kan in het Scheepvaartmuseum in Amsterdam in een donker hoofdstuk van de geschiedenis van het Nederlandse succes in de handel gebladerd worden. Een speciale tentoonstelling hier neemt u mee in de tijden van Nederlands handel in slaven. Voor het verhaal, dat in het museum verteld wordt, wordt uitgegaan van het lot van "de Leusden". Dit schip werd voor de Westindische Compagnie gebruikt en transporteerde slaven van Westafrika naar de Nederlandse bezittingen aan de andere kant van de Atlantische Oceaan. Het schip strandde in 1738 voor de kust van Suriname.

Scheepvaartmuseum slavery slavernij Sklaven 0103 mediumToen het schip begon vol te lopen, werd de bemanning bang voor het grote getal gevangenen onder dek. Zij timmerden de luiken dicht en lieten op die manier 664 in het ruim gevangen mensen aan de dood door verdrinken over. 

Met een indrukwekkende tentoonstelling voert het Scheepvaartmuseum dit donkere hoofdstuk uit de Nederlandse geschiedenis voor ogen en wil daarmee aanleiding geven om over slavernij toen en nu na te denken. Met handige hulpmiddelen die de moderne techniek biedt, nam de museum staff de uitdaging aan om zichtbaar te maken hoe deze niet voorstelbare onmenselijkheid tot realiteit werd. De bezoeker wordt door Leo Balai in de materie ingevoerd, die zelf uitgebreid onderzoek naar de Nederlandse slavenhandel heeft gedaan en in 2011 een omvangrijk boek oder de "Leusden" publiceerde. 

Catharijneconvent Thuis in de Bijbel museumzaalMaria en Jozef onderweg naar de volkstelling door een sneeuwbedekt Vlaams landschap. Martha en Maria met Jesus in een Hollandse keuken. Tobit half in slaap gevallen naast een 17de eeuws gebouw tussen een juk of haam, geelkoperen kannen en witte kool. Gezonde Hollandse koeien in Bijbelse taferelen. De rijke man en de arme Lazarus als achtergronddecoratie bij een stilleven van waarschijnlijk uit de Noordzee afkomstige oesters en lekkernijen van een banketbakker uit Antwerpen.

Nederlandse kunstenaars van de 16de en 17de eeuw verplaatsten Bijbelse scenes graag naar een eigentijdse, vertrouwde omgeving. Op die manier, vond men blijkbaar toen in de Lage Landen, werd het onderwerp toegankelijker en kon de bezitter van een schilderij zijn eigen leven, zijn doen en laten, direct vergelijken met het voorbeeld van de personages uit het Heilige Schrift.

Malevich 1915 Stedelijk Amsterdam detailZe zijn het onderwerp van een tentoonstelling over avant-garde kunst in de Kunstsammlung Nordrhein-Westfalen in Düsseldorf. Ook al zijn het gewoonlijk de kleuren van deze schilders die het oog als vanzelfsprekend naar zich toe trekken - de witte vlaktes ertussen hadden wel degelijk betekenis voor deze drie kunstenaars en hun tijdgenoten. Wit was meer dan de ruimte tussen de kleuren.

Kazimir Malevitsj beleefde in het wit een vrije afgrond en oneindigheid – aanleiding voor de curatoren om de expositie de naam "Der weiße Abgrund Unendlichkeit" mee te geven. Voor Wassily Kandinsky stond wit voor een zwijgen vol van mogelijkheden, zoals hij 1911 in zijn tekst over kleurensymboliek in "Über das Geistige in der Kunst" schreef. Piet Mondriaan beschouwde wit als negatieve kleur (of niet-kleur). Samen met grijs en zwart stond het tegenover de positieve primaire kleuren rood, blauw en geel. De theoretische overpeinzingen over mogelijke betekenissen van de kleur wit, staat het wit als materiaal tegenover. Witte verf en witte pigmenten bestaan er in ontelbare variaties en vormen de materiële basis voor het uitbeelden van een geïdealiseerd wit.

Kunsthal Rotterdam Een bijzonder tentoonstellingsproject in Rotterdam probeert de leefsituatie van mensen tijdens de Tweede Wereldoorlog door een keuze van 100 voorwerpen te verbeelden. Een bril van een verzetsstrijder, een vlag, een treinbord voor het transport van Westerbork naar Auschwitz, een trui van hondenhaar, een lap met jodensterren, een kano, zelfs een heuse Britse tank ... Achter elk object schuilt een uniek verhaal, een herinnering of een bijzonder gebeurtenis uit de tijd van oorlog en bezetting. Eén bijzonder highlight onder de voorwerpen is de recent opgedoken doos met knikkers van Anne Frank, die onlangs door een voormalig buurmeisje van Anne aan het Anne Frank Huis werd geschonken.

samengesmolten munten collecte van de Laurenskerk De Tweede Wereldoorlog in 100 voorwerpen kwam tot stand door samenwerking van 25 verschillende verzets- en oorlogsmusea in Nederland en op initiatief van het Nationaal Comité 4 en 5 mei. De tentoonstelling is te zien t/m 5 mei 2014. Hoeveel bezoekers zich daadwerkelijk in de angsten en gruwelijkheden kunnen inleven, die de stempel op de jaren 1940-1945 gedrukt hebben, zal giswerk blijven. Toch is deze tentoonstelling een unieke poging om een tijd van lang geleden (bijna) tastbaar te maken, een tijd die tot op heden schaduwen over de wereld werpt en dit ook in de toekomst zal blijven doen.

Kunsthal RotterdamNederlanders staan bekend om hun liefde voor design. Daarom loont in het voorjaar van 2014 de weg naar Rotterdam voor een bijzondere tentoonstelling. De Kunsthal Rotterdam laat t/m/11 mei 2014 schoenen in de meest uiteenlopende ontwerpen zien, van 1900 tot heden. Onder de titel 'S.H.O.E.S' - Over hoge hakken en echte liefde' worden designs van 500 schoenen getoond, van laarsjes uit victoriaanse tijd en in verhouding gemakkelijke sandalen tot aan levensgevaarlijke high heels voor de waaghalzige femme fatale

Zaha Hadid, Rem Koolhaas United Nude shoeSoms adembenemende ontwerpen voor schoenenmode maken de expositie tot een 'must' voor fans van voetbekleding en shoe fashion. Niet altijd praktisch, soms lachwekkend en vaak sexy, de designs van schoenen in bekende en bijzondere uitvoeringen uit verschillende perioden geven inzichten in een belangrijk aspect van de geschiedenis van de mode. Onder de vertegenwoordigde ontwerpers zijn namen te vinden als Salvatore Ferragamo, Manolo Blahnik, André Perugia, Christian Louboutin, Rem D. Koolhaas en Jan Taminiau, maar er is ook aanstormend talent te zien. 

Vrienden van de damenschoen als cultureel erfgoed, kunstobject of gewild hebbedingetje komen allemaal aan hun trekken. De tentoonstelling is ook een afwisselende aanvulling bij een rondleiding in het Museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam.  

 6 februari 2014

 

 

Sluijters Larens landschap oktoberzon 1910 detail 0084 mediumVeel Nederlandse schilders van de Haagse School tot aan abstracte kunstenaars vonden in dit dorp in het Gooi hun inspiratie. Aanleiding voor het Singer Museum in Laren om een aantal krenten uit de pap in een prachtig overzicht te presenteren. Deze tentoonstelling vat de schilderijenproductie in Laren en omgeving van Mauve tot Mondriaan samen, van ongeveer het laatste kwart van de 19de eeuw tot aan de modernisten en abstracte schilders in ca. de eerste drie decennia van de 20ste eeuw. Wij ontmoeten belangrijke grootheden als Jozef Israëls , Mauve, Mondriaan, Sluijters en Mondriaan, maar er wordt gelukkig ook schitterend werk van schilders onder de aandacht gebracht, die bij het grote publiek minder bekend zijn.

Liebermann Kirchgang Laren 1898 detail De impressionisten zijn onder meer vertegenwoordigd door Jozef Israëls en Anton Mauve, die overigens in zijn laatste jaren ook schuin tegenover het museum in Villa Ariette woonde. Aan Mauves succes in de Verenigde Staten is de titel van de expositie "Made in Laren' te danken. Ook de Duitse impressionist Max Liebermann kwam vele jaren regelmatig naar Nederland, waaronder ook vaak naar Laren. Zijn schilderij "Sonntagnachmittag in Laren - Kirchgang in Laren" van 1898 met een groep keurige jonge meisjes tussen de hoge bomen (misschien op de Brink?), met de typische lichtvlekken van het impressionisme op plekjes waar de zon door de bomen schijnt, heeft een centrale plaats in de eerste zaal gekregen en mag een van de topstukken heeten. Diverse naaisters en breiende vrouwen vertegenwoordigen een van de populaire onderwerpen van de Larense schilders.

Dürer, Hieronymus Holzschuher, BerlinIn Frankfurt verwacht ons in het winter seizoen 2013-2014 een highlight uit de kunst van een bijzonder hoog kaliber. Het Städel Museum toont een omvangrijke tentoonstelling over een van de allergrootse meesters uit de Duitse kunstgeschiedenis: Albrecht Dürer. Dürer is een van de beroemdste kunstenaars van de renaissance ten Noorden van de Alpen. Hij was een virtuoos tekenaar, was een van de eerste die de prentkunst doelgericht voor zijn pr inzette en vervaardigde bewonderenswaardige renaissance schilderijen. Reizen brachten hem onder meer naar Italië en naar Nederland.

Een wereldster uit de Renaissance

In Antwerpen ontmoette Dürer ook Lucas van Leyden, zijn collega renaissance meester uit de Lage Landen. In zijn dagboek noemde Dürer hem een "klein mannetje" ("ein kleins männlein"). Geen teken van minachting blijkbaar, want Albrecht Dürer tekende wel een pakkend portret van Lucas van Leyden. En van vele anderen natuurlijk. De tentoonstelling in Frankfurt am Main wordt op 23 oktober 2013 geopend en duurt tot 2 februari 2014. Een echte aanrader voor alle liefhebbers van grote meesters en van verfijnde kunst. 

Hoe breng je het verhaal van een renaissance schilder onder de aandacht die al lang overleden en vermoedelijk bij een groot deel van de bevolking onbekend is? Het gaat om Jan van Scorel, een van de allerbelangrijkste schilders uit de renaissance, die Nederland kende. Een persoon met een internationale carriere. Hij had tijdens een reis door Duitsland Albrecht Dürer ontmoet, hij was naar Jerusalem en het Heilige Land gereisd en verbleef een tijd in Italië. In Rome kwam hij in dienst van de eerste en tot nu enige Nederlandse paus Adrianus VI en werd hij de opzichter van de Vaticaanse kunstcollecties. Als opvolger van niemand minder dan Rafael. 

Jan van Scorel. Sede vacante 1523", tentoonstelling UtrechtZijn werk, waarvan veel door het Centraal Museum geherbergt wordt, doet wel iets ouderwets aan. Dat is niet erg, niet voor liefhebbers van oude kunst. Maar lastig, als je de jeugd ervoor wilt enthousiasmeren. Wat doe je? Je laat een stripverhaal over hem maken. Dat is wel een eigentijds medium, ook al heeft het principe van een verhaal in meerdere afbeeldingen een bestwel lange geschiedenis. In ieder geval zijn de protagonisten van een van de populairste sitcoms van vandaag met regelmaat in hun favoriete comic book store te vinden.

Kunstsammlung NRW Calder Dusseldorf afficheWat een feest! De tentoonstelling over Henry Moore in het park rond het Rijksmuseum is nog niet afgelopen, daar begint al weer een expositie over Alexander Calder, bijna op rijafstand in Düsseldorf. Allebei favorieten van mij sinds ik lang geleden in mijn studiejaren hun werk in de National Gallery in Washington D.C. mocht bewonderen en toelichten. De mobiles  en ander werk van de Amerikaanse beeldhouwer Alexander Calder zijn nu te zien in de Kunstsammlung NRW K20 in Düsseldorf. Ook een kans voor kunstliefhebbers die de Calder tentoonstelling 2012 in het Gemeentemuseum in Den Haag gemist hebben. Of er niet genoeg van konden krijgen. 

Onder de titel Alexander Calder – Avantgarde in Bewegung  (avant-garde in beweging) wordt zijn omvangrijk oeuvre in een omvattend overzicht gepresenteerd. Al in de jaren 20 van de 20ste eeuw was Calder een belangrijke speler in de avant-gardistische kringen in Parijs. Een focus van de tentoonstelling ligt bij de 1930er en 1940er jaren toen zijn beroemde mobiles  ontstonden. Een innovatieve vorm van sculptuur die aansluit bij de eerste beroepsopleiding van de Amerikaanse kunstenaar als ingenieur. Hij kwam op het idee van de mobiles toen hij in Parijs met Piet Mondriaan in contact kwam en zijn passie voor jazz en voor abstractie ontdekte. Maar ook Calders stabiles, de staande werken, zijn fascinerend en komen in de tentoonstelling in Düsseldorf aan de orde. 

Hetjens Museum in het Palais Nesselrode in DusseldorfLiefhebbers van porselein zijn in Düsseldorf in het Hetjens Museum aan het juiste adres. Hier wordt t/m 8 september 2013 een bijzondere collectie van Pruisisch porselein uit de manufactuur Wegely in Berlijn tentoongesteld. Het eerste porselein dat op Europese bodem vervaardigd werd ontstond in het Duitse Meissen in Saksen. Hier had August de Sterke in 1710 een manufactuur laten oprichten die buitengewoon populair werd en nog vandaag produceert. 

Frederik (Friedrich) II. van Pruisen, ook bekend als Frederik de Grote, vond dat hij er niet onder kon doen en steunde daarom vanaf 1751 het voornemen van Wilhelm Caspar Wegely om ook in Berlijn een porseleinmanufactuur te beginnen, die volgens Wegely dezelfde kwaliteit maar dan voor een betere prijs zou bieden. Frederiks overgrootmoeder Louise Henriëtte van Oranje-Nassau, echtgenote van de Grote Keurvorst van Brandenburg, was al verzot op porselein en liet in haar in kasteel Oranienburg het eerste porselein kabinet in Europa bouwen. En Friedrich de Grote zelf had in 1744/45 al de kans gegrepen om beslag te leggen op 52 kisten met porselein uit Meißen.

Alvast noteren in de agenda. In het weekend van 17 en 18 augustus vindt er een bijzonder feest bij een bijzonder kasteel in Düsseldorf plaats. Schloss Benrath organiseert het Düsseldorfer Barockfest (barokfeest) met groepen in kostuums uit de barok, muziek, toneel en artiesten. Voor hapjes en drankjes zal ook gezorgd worden. 

Schloss Benrath in het zuiden van Düsseldorf is een prachtig barok kasteel met uitgebreide parken, tuinen, vijvers en tal van bijgebouwen. Keurvorst Karl Theodor von der Pfalz liet het 1755 tot 1773 door Nicolas de Pigage bouwen, om later als kasteel voor de keurvorstin te dienen wanneer zij weduwe was geworden. Terwijl de keurvorst zijn eigenlijke residentie in Mannheim had, gebruikte hij kasteel Benrath als "Maison de Plaisance" voor de zomermaanden. 

Het Ständehaus (K21) in Düsseldorf, onderdeel van de Kunstsammlung Nordrhein-Westfalen. In het Ständehaus in Düsseldorf, dat onder de cryptische benoeming K21  onderdeel van de Kunstsammlung Nordrhein-Westfalen is, vindt een bijzondere tentoonstelling plaats. Onderwerp is Paul Klee (1879-1940), een veelzijdige schilder en tekenaar aan wie wij bijzonder speelse en poetische werken te danken hebben. De expositie was oorspronkelijk gepland tot 10 februari maar werd tot 21 april 2013 verlengd omdat de bezoekersstromen niet minder wilden worden.

Onder de titel "100 x Paul Klee" wordt het genoemd aantal schilderijen, tekeningen en aquarellen getoond waarbij, bestwel zeldzaam in de museale wereld, de vóór én achterzijden te zien zijn. Op die manier krijgen wij  niet alleen inzicht in Klees manier van werken, het ontstaansproces waaraan de kunstenaar zo veel aandacht schonk. Ook wordt er zichtbaar hoe de huidige staat van de werken het resultaat is van veranderingen die op last van de kunsthandel doorgevoerd werden. Denk hierbij aan het verwijderen van originele, door Klee zelf vervaardigde lijsten enz.

Neue Wache van Karl Friedrich Schinkel in BerlijnIn Berlijn is men aan een groots project begonnen dat resulteerde in een uitermate interessante tentoonstelling. In het Kupferstichkabinett (prentenkabinet) van de Staatliche Museen zu Berlin is sinds september een overzichtstentoonstelling over het leven en werk van Karl Friedrich Schinkel (1781-1841) te zien, met de titel Geschichte und Poesie  (geschiedenis en poëzie). Vooral bekend als architect, is hij echter veel meer dan dat. Schinkel schilderde, leverde decorontwerpen voor toneel en opera (zoals Mozarts Zauberflöte) en tekende tal van ontwerpen voor de Pruisische kunstnijverheid. Een voorbeeld van het laatste is tuinmeubilair voor de parken in Potsdam, dat soms nog vandaag verkrijgbaar is. 

Museum Folkwang in Essen tijdens de Expressionisten-tentoonstelling 'Im Farbenrausch'En dat in een ware roes voor uw ogen. Die zijn tegenwoordig in Essen te bewonderen. In het Museum Folkwang, waar onder de titel Im Farbenrausch een prachtige tentoonstelling over het Franse en Duitse expressionisme te zien is.

Zo'n beetje alle namen die u mag verwachten komen langs - en nog een paar meer. Toegankelijk gesorteerd per onderwerp, bijvoorbeeld landschappen, figuren, stilleven en meer. U maakt kennis met verschillende artistieke centra en stromingen en wordt uitgenodigd om dwarsverbanden, overeenkomsten en contrasten te ontdekken. Werken van Die Brücke en Der Blaue Reiter en hun entourage komen even zeer aan bod als de invloed van de Franse impressionisten, Fauves en expressionisten.

Het Museum Boijmans Van Beuningen in RotterdamWie kennis wil maken met Duitse kunst van recenter datum kan deze zomer terecht in Museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam. In de eigen verzameling van het museum bevinden zich voldoende objecten voor een thema-expositie, getiteld De collectie. Duitse kunst van Kiefer tot Henning. Als aanvulling hierbij zijn werken van andere eigenaren in bruikleen genomen. Aanleiding voor deze tentoonstelling is het langdurig bruikleen dat het museum van een werk van Anselm Kiefer ontving.

Gevel van het Suermondt-Ludwig-Museum in Aken (Aachen) tijdens de tenoonstelling over Cornelis Bega.Tekeningen, schilderijen en etsen van een onterecht vergeten kunstenaar uit Nederlands Gouden Eeuw zijn nog tot 10 juni 2012 te zien in Aken. Cornelis Bega (1631/32-1664) was een meester van de genreschilderkunst. Naast schilderijen en etsen die tot het boerengenre gerekend worden, zijn van zijn hand ook prachtige getekende figuurstudies en details bekend. Zijn onderwerpen waren vaak boerengezelschappen, herbergscènes, rokers, drinkers en andere vertegenwoordigers van lagere sociale standen die karikaturaal afgebeeld werden. 

Amsterdam Hermitage voor tentoonstellingen van kunstwerken uit Sint PietersburgSinds 17 september 2011 pronkt de Hermitage Amsterdam met een prachtige keuze van schilderijen uit het oeuvre van de grote meesters van de Antwerpse schilderkunst. Werken van Peter Paul Rubens, Anthonie van Dyck en Jacob Jordaens zijn vanuit Sint Petersburg naar Nederland gekomen. De tentoonstelling was oorspronkelijk gepland t/m 16 maart en is recentelijk verlengd t/m 15 juni 2012. Naast de grote namen van Antwerpse schilders zijn ook andere Vlaamse meesters met hun vaak zeer gespecialiseerd werk vertegenwoordigd, waaronder David Teniers, Theodoor Rombouts, Jan Brueghel de Oude, Frans Snijders en Jan Fijt.

De naaischool, een schilderij van Max Liebermann. De Hamburger Kunsthalle toont deze winter nog t/m 19 februari 2012 een overzichts-tentoonstelling over Max Liebermann als 'kwartiermaker van het modernisme' (Wegbereiter der Moderne). Max Liebermann was een van de belangrijkste Duitse schilders uit de 19de en 20ste eeuw. Wie zich in zijn werk verdiept wordt al gauw geraakt door de expressieve kracht van zijn schilderijen. Aanvankelijk schilderde hij vaak alledaagse scenes uit het leven van eenvoudige, werkende mensen in een realistische stijl. Later werd zijn œuvre impressionistisch. Zijn laatste jaren worden gekenmerkt door teruggetrokkenheid naar zijn landhuis bij Berlijn waar hij vooral in zijn tuin inspiratie voor zijn schilderijen vond.

Museum Kunstpalast im Ehrenhof, DüsseldorfDüsseldorf was al in de 19de eeuw een belangrijk centrum voor de beeldende kunst. De academie en het artistieke klimaat in Düsseldorf trokken over een periode van meerdere generaties duizenden kunstenaars aan. De zo genoemde Düsseldorfer Malerschule (schilderschool van Düsseldorf) bestond uit kunstenaars van uiteenlopende herkomst en specialisering en was verantwoordelijk voor een buitengewoon rijke en omvangrijke productie van schilderijen. Aan de kunstacademie in Düsseldorf en in de omgeving van haar leden ontstonden adembenemende landschappen, historie- en genretaferelen van soms uitzonderlijk groot formaat, maar ook exquisiete stillevens, portretten en grafische werken. Vanaf de periode van de Nazareners en de romantiek via het Biedermeier tot aan het impressionisme en de beginsels van de moderne kunst in de 20ste eeuw zijn alle stromingen vertegenwoordigd.

Het B.C. Koekkoek-Haus in Kleve (Kleef)Terwijl de Duitse schilderkunst uit de tijd van de romantiek al langer bekendheid geniet, bleef de Nederlandse kunst uit deze periode lang onderbelicht. Dit veranderde onlangs toen Jef Rademakers de mogelijkheid kreeg om zijn uitgebreide collectie Nederlandse en Belgische romantische schilderkunst in de Hermitage in Sint Petersburg te tonen – een eer die niet aan veel privéverzamelaars gegund is. Na de Eremitage verhuisden deze werken naar het Gemeentemuseum in Den Haag waar de tentoonstelling onder de titel 'Een romantische kijk' tot 5 juni 2011 te zien was.

Altaar in het kerkje Sint Pieter en Paul in Wormbach, Sauerland

Ook deze zomer vinden in Wormbach bij Schmallenberg weer de jaarlijkse zomerconcerten plaats. Dit in de aan Sint Pieter en Paul gewijde kerk, op een locatie waar volgens de overlevering reeds de Germanen hun cultus uitoefenden. De parochie van Wormbach geldt als de oudste in het Sauerland en was een belangrijk centrum voor de christianisatie van de omgeving. Het huidige romaanse kerkgebouw uit de 13de eeuw vervangt eerdere gebouwen op deze plaats. Binnen zijn opmerkelijke muurschilderingen van de 12 sterrenbeelden van de dierenriem te zien, die in de 80er jaren aanleiding waren om in Wormbach het 'Stonehenge van Westfalen' te zien.

Nog tot 26 juni 2011 is in het Suermondt-Ludwig-Museum in Aken een tentoonstelling over de Antwerpse meester-schilder Joos van Cleve te zien. Voor de eerste keer wordt hier aan deze kunstenaar een monografische tentoonstelling gewijd. Het museum toont 60 werken van Van Cleves kwetsbaar oeuvre, waaronder portretten, altaarstukken en andere religieuze schilderijen.

Meer informatie hier op de website van het Suermondt-Ludwig-Museum.

10-5-2011

Deze website maakt gebruik van cookies. Met cookies vergroten wij de functionaliteit van onze website. Zonder cookies zal deze mogelijk niet optimaal functioneren. Als je verder deze website blijft bezoeken zonder de instellingen voor cookies in je browser te wijzigen, begrijpen wij dit als toestemming voor het plaatsen van deze cookies zoals omschreven in onze privacyverklaring. Ga voor meer informatie naar in de privacy verklaring.