logo nl small

Stadswal Utrecht m. Zonnenburg Pieter Jan van Liender 1758 Een hele tijd keek ik al uit naar de tentoonstelling over de Utrechtse stadsmuren in het Centraal Museum, met in het achterhoofd, hun locatie en betekenis ook in het echt bij een stadswandeling in Utrecht aan de een of andere groep te kunnen laten zien. Maar intussen zijn weer nieuwe muren opgetrokken: het coronavirus blijft ons dwarszitten en houdt veel bezoekers op afstand. Alsof er een nieuwe muur rond Utrecht is ontstaan, die mensen er helaas van weerhoudt om de stad en haar verhalen beter te leren kennen. 

 

Maar geen reden om deze tentoonstelling in het Centraal Museum niet van harte aan te bevelen, voor wie er tot januari nog naar wil kijken. En wie niet hiervoor naar Utrecht wil of kan komen, vindt hier een paar indrukken en wetenswaardigheden van de ommuring die de stad in het verleden kende.

 

Stadsmuur Utrecht bij Hieronymusplantsoen Lucasbolwerk

Bij het Hieronymusplantsoen en Lucasbolwerk in Utrecht zijn nog resten van de stadsmuur te vinden.

 

Wie moet gokken, vermoedt de oude stadsmuren ongeveer rond het gebied van de huidige oude binnenstad. En dit klopt ook ongeveer. Vandaag de dag is het de singel die de grenzen van het oude Utrecht aangeeft. De singel, die nét weer ‘rond’ is geworden en waar het water pas sinds kort weer ringsomheen vloeit.

Eerste afbakeningen van het terrein: de Romeinen

Maar dit was niet altijd de stadsgrens. De eerste bewoners waarvan we sporen van een omheining kennen, waren de Romeinen. Zij bouwden hun castellum waar nu het Domplein te vinden is en legden hier een bijna precies vierkante grens van hun neerzetting aan – eerst een aarden wal, later ook een stenen muur, gemaakt uit natuursteen: tufsteen uit de Duitse Eifel. 

Castellum Utrecht, grens op het Domplein

Ringsom het Domplein in Utrecht markeert een metalen streep in de grond de voormalige grenzen van het Romeinse castellum. 

 

Na het vertrek van de Romeinen vonden eerste bewoners van de vroege middeleeuwen het verlaten castellum een geschikte plek om te verblijven. Door hen zijn maar weinig sporen achtergelaten. Wél werden er een paar graven met interessante grafbijgaven gevonden. Toen onder de eerste Utrechtse bisschop Willibrord de kerstening van de neerzetting en de regio in gang werd gezet, veranderde het afgebakende gebied van het vroegere Romeinse castellum in het hart van het bisdom Utrecht. Dit bleef door de hele middeleeuwen heen een plek van groot belang. Tot aan de reformatie die een (officieel) eind aan katholiek Utrecht maakte.

Stadsrechten en een stadsmuur

Een jaar van bijzondere betekenis voor Utrecht was het jaar 1122. Want in dit jaar kreeg Utrecht stadsrechten – met verregaande gevolgen. Het verkrijgen van stadsrechten houdt ook in dat je nu stadsmuren mag bouwen. En dat deden de Utrechters. Rings om de huidige binnenstad heen – langs de huidige Singel dus – ontstond een muur waaraan net als bij een parelketting tal van torens gereigd waren. Deze wachttorens waren eerst rechthoekig, later rond. Burgers van Utrecht hadden de plicht om de stad te beschermen en deze dienstplicht werd per gilde georganiseerd.

Bijlhouwerstoren Utrecht met stadswal en Nicolaaskerk, Herman Saftleven, 1665 Rijksmuseum

Herman Saftleven tekende 1665 de Bijlhouwerstoren in het zuidwesten van Utrecht. We zien ook de stadswal en links de Nicolaaskerk. (tekening in het Rijksmuseum Amsterdam).

 

Rings om de stadsmuur heen liep een gracht – de Singel – en op vier plekken was er een stadspoort om mensen en goederen naar binnen en buiten te laten: de Catharijnepoort in het westen, de Weerdpoort in het noorden, de Wittevrouwenpoort in het oosten en in het zuiden de twee Tolsteegpoorten. 

Weerdpoort Utrecht, kelder van de toren

Restanten van de kelder van de Weerdpoort, die in het noorden van Utrecht toegang tot de stad bood.

 

Het was toen de stad die een bestuurlijke eenheid vormde en het was (in een gunstig geval) een stad waar een inwoner bij hoorde. En zo lang gevaar alleen maar over het land van buiten de stad kon dreigen, was de stadsmuur zo’n beetje het meest belangrijke dat er beschermd diende te orden. Die 21 gilden van Utrecht waren elk verantwoordelijk voor één groep van beroepen en hadden elk een stukje stadsmuur om voor hun rekening te nemen. Er werd met regelmaat ook gecontroleerd of een ’s nachts ingedeelde stadswacht (de nachtwacht) ook opmerkzaam zijn dienst deed en niet per ongeluk in slaap was gesukkeld.

Van de oude stadsmuur die vanaf 1122 werd gebouwd, is overigens vorig jaar bij park Lepelenburg nog een stukje teruggevonden. En dan wel een stuk uit tufsteen, een best kostbaar materiaal dat ook na afbraak nog van waarde was en verkocht en/of hergebruikt kon worden. Bijzonder dus dat het hier nog in de grond verborgen lag en ligt.

Bastions rond de stad onder Karel V

 Bastion Manenborg, Utrecht

De resten van bastion Manenborg in Utrecht zijn nu onderdeel van het Zocherpark.

 

Toen keizer Karel V in de 16de eeuw de macht over Utrecht in handen kreeg, vond hij het nodig om de stadsmuur te moderniseren en een aantal bolwerken aan te leggen. Hij nam hiervoor de bouwmeester Willem van Noort in de arm. Aan deze bouwactiviteiten hebben we de bastions Morgenster, Sterrenburg, Manenborg en Sonnenborgh te danken, die (deels) nog bestaan en inmiddels andere functies in de stad vervullen. In Sonnenborgh is sinds de negentiende eeuw de sterrenwacht gevestigd. Bastion Manenborg diende van 1940 tot 1997 als atelier voor de Utrechtse beeldhouwer Pieter d'Hont en daarna als werkplaats voor diens ‘opvolger’ Amiran Djanashvili.

 Sterrenburg Utrecht

In het zuidelijke deel van het park langs de Singel ligt wat er over is van bastion Sterrenburg.

 

Gevangenis Wolvenplein Wolvenburg Utrecht

Op bastion Wolvenburg in het noordoosten is later de Penitentiaire Inrichting Wolvenplein aangelegd die inmiddels ook niet meer als gevangenis dienst doet. 

 

De Vredenburg in Utrecht

Een ander belangrijk stedenbouwkundig project dat Karel V in deze periode liet realiseren, was de bouw van de dwangburcht Vredenburg door Rombout Keldermans uit Vlaanderen. Keldermans ontwierp in 1529 een enorme burcht aan de westelijke rand van de stadsmuur. Na zijn dood in 1531 werd hij opgevolgd door achtereenvolgend zijn neef Laurens II Keldermans en Marcelis Keldermans, een ander telg uit deze familie van architecten en bouwmeesters.

 Vredenburg Utrecht, Willem Cornelisz. Swanenburg 1658

De Vredenburg in Utrecht, geschilderd door Willem Cornelisz. Swanenburg in 1658. Centraal Museum Utrecht.

 

Officieel moest Vredenburg ervoor dienen om een eventuele aanval van de Geldersen af te weren, waarmee de Habsburgse keizer het toen aan de stok had. Maar de Utrechters vonden het blijkbaar een verdacht en bedreigend gebouw en vielen het in 1576 aan. Het gevecht tussen de Utrechtse bevolking en de in Vredenburg gelegerde Spaanse soldaten eindigde met de aftocht van de Spanjaarden.

Beleg van Vredenburg 1577 detail, Joost Cornelisz. Droochsloot, 1646

Het beleg van de Utrechtse Vredenburg in 1577, geschilderd door Joost Cornelisz. Droochsloot in 1646 (detail).

 

Vervolgens werd de Utrechtse brouwersvrouw Trijn van Leemput in al haar haat tegen de Spaanse bezetters een lokale heldin. Ze bond haar blauwe schort als vlag aan een bezemsteel, wapende zich met een houweel, zegt men, en begon met een paar buurvrouwen dit kasteel eigenhandig af te breken. Op deze actie van civiel ongehoorzaam volgde de bijna gehele afbraak van Vredenburg en zo is er vandaag (bijna) niets meer van over, behalve een plein met die naam.

 Trijn van Leemput, Centraal Museum Utrecht

Trijn van Leemput met houweel en een baksteen die ze uit kasteel Vredenburg losgewrikt heeft. Schilderij in het Centraal Museum in Utrecht.  

Zocher maakt een park rondom Utrecht

In de eeuwen daarop kende de stadsmuur steeds meer verval. In de 19de eeuw werd de knoop doorgehakt: Voor de verdediging van de stad Utrecht waren deze muren toch al lang niet meer geschikt of nodig. Er was immers al de Nieuwe Hollandse Waterlinie aangelegd, een hele reeks van forten rondom Utrecht en omgeving heen. Men gaf daarom opdracht aan de landschapsarchitect Jan David Zocher jr. om het hele terrein van de (voormalige) stadsbevestiging langs de singel een nieuw aanzien te geven. In 1829 werd Zochers plan voor het park geaccepteerd en de aanleg ervan, vanaf 1850 in samenwerking met zijn zoon Louis Paul Zocher, duurde voort tot 1870.

Zo ontstond het huidige Zocherpark in Utrecht, een langgerekte groene oase, geschikt voor wandeling en ontspanning, die soelaas biedt in een steeds drukker wordende stad in het midden van het land – een van de oudste nog bestaande openbare parken in Nederland en (daarom) eentje met de status van rijksmonument.

Zocherpark Utrecht met Abstederbrug

Het Zocherpark langs de Utrechtse Singel met blik op de Abstederbrug.

 

Ook het aanzien van het Zocherpark is ondertussen weer veranderd, maar zijn functie heeft het park in wezen gehouden. Gelukkig maar voor de stedelijke bevolking die ook in het merkwaardige jaar 2020 wel eens behoefte aan buitenlucht heeft. En die hier nog steeds op zoek kan gaan naar sporen van de ommuring van Utrecht sinds de middeleeuwen.

 

 

Een tentoonstelling over de ommuurde stad in het Centraal Museum in Utrecht is te zien van 12 september 2020 tot en met 17 januari 2021, boordevol informatie, boeiende objecten en oud beeldmateriaal.
En het gebied waar de stadsmuur zich ooit bevond (en wat daarbinnen allemaal te beleven valt) is natuurlijk altijd op eigen houtje te verkennen, als je een rondje langs de Utrechtse Singel wandelt. In een gunstig geval ook met stadswandeling erbij.

 

 

 


Deze website maakt gebruik van cookies. Met cookies vergroten wij de functionaliteit van onze website. Zonder cookies zal deze mogelijk niet optimaal functioneren. Als je verder deze website blijft bezoeken zonder de instellingen voor cookies in je browser te wijzigen, begrijpen wij dit als toestemming voor het plaatsen van deze cookies zoals omschreven in onze privacyverklaring. Ga voor meer informatie naar in de privacy verklaring.