logo nl small

Rembrandt, Lezende oude vrouw, Rijksmuseum AmsterdamRembrandt leeft niet meer. Hij overleed in 1669, dus  350 jaar geleden. Aanleiding voor Nederland om van het jaar 2019 een Rembrandtjaar te maken. Veel musea en culturele inrichtingen wijden in 2019 bijzondere tentoonstellingen aan Rembrandt van Rijn. 

En Kukullus doet mee. Met de stadswandeling in Rembrandts in Amsterdam begeven wij ons in de voetsporen van de meester in deze stad, die zo nauw verbonden is met hoogte- en dieptepunten in het leven en werk van Rembrandt. 
Tijdens Kukullus' Rembrandt-rondleiding in het Rijksmuseum staan wij stil bij een selectie van Rembrandts werken en kijken wij naar de kunst die in deze collectie in Amsterdam, waarmee hij ons nog steeds in zijn ban trekt. 

 

Rembrandt in het Rijksmuseum Amsterdam

Het Rijksmuseum in Amsterdam toont (bijna) alle Rembrandts in zijn collectie: Van 15 februari tot en met 10 juni 2019 worden er 22 schilderijen, 60 tekeningen en maar liefst 300 etsen gepresenteerd. Normaal worden sommige werken altijd in het depot opgeborgen, in het bijzonder werken op papier omdat deze zo kwetsbaar zijn. Maar in 2019 wordt er groots uitgepakt. Ook wanneer er nog steeds zo'n 100 prenten in de tentoonstelling verstek gaan. Want het zou gewoon te veel van het goede zijn om alle prenten in het bezit van het Rijksmuseum te laten zien. 

Bartholomeus Eggers, kopie buste Johan Maurits van Nassau Siegen, Mauritshuis Johan Maurits van Nassau Siegen – de naamgever van het Mauritshuis – staat de afgelopen jaren niet meer voornamelijk voor zijn culturele bijdragen aan de Nederlandse geschiedenis in de schijnwerper. Er komen ook steeds meer vragen op over zijn rol in en zijn verantwoording voor de trans-Atlantische slavenhandel. Want terwijl in Den Haag zijn stadspaleis, het huidige Mauritshuis ontstond, was Johan Maurits gouverneur van de West-Indische Compagnie in Nederlands Brazilië. Hier werden tot slaaf gemaakten uit West-Afrika op plantages ingezet. En met de suiker die op deze plantages gewonnen en naar Europa vervoerd werd, kon goed geld verdiend worden.

Een publiek debat kwam met name op gang toen in 2017 de kopie van een buste van Johan Maurits uit het foyer van het Mauritshuis verwijderd werd. Voor het Mauritshuis waren de vragen over en de kritiek aan Johan Maurits’ historische rol aanleiding voor een speciale expositie over hem die nu in het museum te zien is. De tentoonstelling Bewogen beeld - Op zoek naar Johan Maurits is het eerste hoofdstuk in een verder reikend onderzoek naar dit onderwerp dat de komende jaren plaats zal vinden. Aan de hand van werken uit de eigen collectie voert het Mauritshuis ons voor ogen dat Johan Maurits van Nassau Siegen niet alleen een liefhebber van kunst, architectuur en wetenschap was. Maar zijn biografie heeft ook een donkerdere kant waarvan nog geen consensus bestaat welk oordeel hierover 350 jaar later te vellen zou zijn.

 

Explosie Spaans schip bij de zeeslag van Gibraltar Of het nu een rondleiding in het Rijksmuseum of het Mauritshuis is of een stadswandeling in Utrecht of Amsterdam - de Tachtigjarige Oorlog komt bijna iedere keer ter sprake. Dat ligt niet alleen eraan dat deze Nederlandse vrijheidsstrijd zo lang duurde. Maar ook aan zijn cruciale betekenis voor wat we de nationale identiteit van het land noemen - toen en nu. Nog steeds is de Wilhelmus het volkslied van Nederland, waarin de eerste leider van deze oorlog - Willem van Oranje, genoemd de Zwijger - wordt bezongen. Onder deze Willem van Oranje die nog vandaag als Vader des Vaderlands wordt vereerd, begonnen de noordelijke provincies van Nederland hun gevecht om vrijheid van de katholieke heerschap van de Spaanse koning en werden uiteindelijk een protestantse republiek. 

Van 12 oktober 2018 tot en met 20 januari 2019 wijdt het Rijksmuseum in Amsterdam een grote speciale tentoonstelling aan deze zo belangrijke periode in de Nederlandse geschiedenis. Aanleiding hiervoor is het gegeven dat dit conflict officieel in 1568 begon, dus 450 jaar geleden. De Tachtigjarige Oorlog duurde meerdere generaties lang en kwam pas in 1648 tot een einde toen de Vrede van Münster tot stand kwam. Hiermee werd de Nederlandse Republiek als soevereine staat internationaal erkend. 

De Nederlandse vrijheidsstrijd - een tentoonstelling in het Rijksmuseum Amsterdam

Het waren 80 jaren waarin veel gebeurde. Het ging om religie maar ook om privileges van de adel. De strijd werd niet alleen te lande uitgevochten maar ook op zee. Tenslotte vochten Spanje en de Nederlanden ook om heerschappij op zee. De oorlog kostte aan veel mensen het leven, of op zijn minst hun thuis. Talloze mensen raakten op de vlucht en vele duizenden die uit de rooms-katholiek gebleven Zuidelijke Nederlandse provincies naar Holland en het noorden vluchtten, hebben wezenlijke bijdrages geleverd aan de economische bloei die in de Nederlandse republiek voor velen tot welstand en rijkdom leidde. 

Courtisane naar Eisen, Vincent Van Gogh en Japan - van pavillon Uitmarkt 2017

Japan - Vincent van Gogh is er nooit geweest. Toch oefende het land en zijn cultuur een enorme invloed op hem uit. Van Goghs fascinatie voor kunst uit Japan begon al in 1885 toen hij in Antwerpen zijn eerste prenten uit Japan kocht. En even later in Parijs schafte hij er honderden van aan. Het Japonisme was daar al tot een ware hype uitgegroeid. De betekenis van Japanse prentkunst als inspiratiebron voor Vincent van Gogh schijnt nauwelijks te overschatten. Maar Vincent was niet de enige die erdoor geboeid werd. Kunst uit Japan en andere schatten die het land te bieden had werden erg populair in Europa in de 19de eeuw, toen Japan zich - na eeuwenlange afsluiting naar buiten – vanaf 1854 naar het westen toe opende.

Vincent kon zich vaak niet de kleurenhoutsnedes van de allergrootste meesters veroorloven die nog vandaag als het fijnste van deze tak van kunst uit Japan beschouwd worden. Toch was er genoeg Japanse prentkunst op de markt om ook voor hem en zijn broer Theo mogelijkheden te bieden. Vincent van Gogh kocht stapels tegelijk bij kunsthandelaar Siegfried Bing. Hier mocht hij op zolder ook naar hartenlust rondneuzen door diens voorraad Japanse prenten.

Japanse prenten en hun invloed op Vincent van Gogh

Van Gogh toonde Japanse werken op de achtergrond van zijn schilderijen. Hij bootste ze zelfs na in eigen schilderijen, ook al met een andere visuele en artistieke doelstelling dan de oosterse meesters van de kleurenhoutsnede. Voor een tijdje vatte hij ook het plan om zelf in Japanse kleurenhoutsnedes te handelen, maar dit werd geen succes. De prenten waren ook van invloed op de composities en beelduitsnedes van zijn eigen werk. Er wordt afgezien van de weergave van schaduw, vaak word de blik diagonaal door het beeld geleid of staan er boomstammen markant verticaal op de voorgrond. Het zuidelijk gelegen Arles werd voor Vincent een plaatsvervangend Japan. Tijdens zijn verblijf in Arles in Frankrijk schreef hij ook dat Japanse grafiek hem gelukkig en vrolijk maakte.

Lucas van Leyden Laatse Oordeel HelGaan helse monsters je pakken en zonder pardon meesleuren naar de eeuwige verdoemenis? Of wordt je door een bekoorlijke engel met een liefdevol gebaar naar de hemel gestuurd? Over deze vraag ontfermt zich een nieuwe aanwinst in het Rijksmuseum. Nieuwe aanwinst is niet helemaal correct. Het schilderij Het Laatste Oordeel  van Lucas van Leyden is er tijdelijk te zien. Want zijn thuis-museum, de Lakenhal in Leiden, wordt verbouwd. Dus kwamen beide musea deze plaatswissel overeen om het Leidense topstuk tijdens de periode van sluiting alsnog voor het publiek toegankelijk te maken.

Zo pronkt nu een enorm altaarschilderij van Lucas van Leyden in de Eregalerij van het Rijksmuseum. Het drieluik toont in het midden Jesus Christus op een (iets vereenvoudigde) regenboog. Christus oordeelt over alle mensen, of zij naar het eeuwige hemelrijk mogen of naar de brandende hel moeten afdalen. Aan de linkerkant en op de linker zijvleugel worden de gelukkigen door prachtige engelen naar de hemel gestuurd, in al hun onschuldige naaktheid. Aan de rechter kant daarentegen en op de rechtervleugel zien we de verschrikkingen, die de zondaars te wachten staan: Duivelse wezens, ogenschijnlijk geïnspireerd door Jheronimus Bosch, trekken je aan benen en haren de verdoemenis in en slepen je naar het brandend vuur van de hel.

Buste Johan Maurits van Nassau Siegen, Kopie naar Bartholomeus EggersSoms wordt ik gevraagd wat mijn persoonlijke favoriet onder de Kukullus museumrondleidingen is. Moeilijk te zeggen, elk museum heeft zo zijn eigen karakter. Maar het Mauritshuis blijft toch wel erg bijzonder. Minder "bombastisch" dan het Rijksmuseum. Intiem maar wel groots op zijn eigen manier. Dat ligt aan de hoge kwaliteit van de kunstwerken, het persoonlijk verhaal van het gebouw en zijn kleinschaligheid – in ieder geval in vergelijking met andere musea. En een beetje ook daaraan dat het Mauritshuis te danken is aan een oude landgenoot, Johan Maurits van Nassau-Siegen, die zo ongeveer uit dezelfde bossen afkomstig is als ik. En was ik 300 jaar eerder geboren, was hij wel mijn soeverein geweest. Hij heeft dit stadspaleis in Den Haag laten bouwen, maar kon toen niet vermoeden dat het ooit een zo fameuze collectie schilderijen van oude meesters zou herbergen. Die zijn een bezichtiging en toelichting meer dan waard. En daarom is er een leuke Kukullus museumrondleiding in het Mauritshuis in Den Haag.

 

Mutter Ey portret in DusseldorfWie tussen de naoorlogse gebouwen rondom de Andreaskirche in Düsseldorf omhoog kijkt, ontdekt misschien het stukje "street art" boven aan het gebouw van het restaurant aan de hoek, schuin tegenover de kerk.

Je vermoedt het niet maar hier is een van de beroemdste vrouwen van Düsseldorf afgebeeld.
En niet alleen hier. Deze dame, Johanna Ey, geldt als de meest geportretteerde vrouw van Duitsland. En men kan niet eens zeggen dat haar bijzondere schoonheid daar aanleiding toe gaf.

Nee, er zijn andere redenen waarom kunstenaars haar beeltenis zo vaak schilderden en tekenden. Mutter Ey (moeder Ey), zoals ze later liefdevol genoemd werd, kwam oorspronkelijk uit een eenvoudig gezin. Zij werd 1864 geboren in Wickrath bij Mönchengladbach. Tijdens haar - behoorlijk ongelukkige - huwelijk kreeg zij 10 kinderen, waarvan acht al op jonge leeftijd overleden. In 1907 ging zij scheiden. Nu helemaal op haar eigen krachten aangewezen, opende zij 1910 in Düsseldorf een bakkerij waar ook koffie en hapjes geserveerd werden. En daarmee begon het. Vanouds een kunststad, kwamen ook veel jonge kunstenaars in haar café langs. Omdat die vaak in financiële moeilijkheden verkeerden en niet altijd konden betalen, nam zij wel eens schilderijen en tekeneningen in plaats van contant geld als betaling aan. Haar bakkerij groeide uit tot een trefpunt voor kunstenaars, musici, journalisten en acteurs. Dit bracht haar op het idee om, nog tijdens de Eerste Wereldoorlog, in 1916 van beroep te veranderen en - helemaal ongeschoold op dit gebied - een kunsthandel te openen.

Johanna Ey en haar kunsthandel in Düsseldorf

Haar galerie bevond zich op het adres Hindenburgwall 11. Deze straat kreeg later de naam Alleestraße en heet nu Heinrich-Heine-Allee.  De galerie van moeder Ey begon met een focus op de "Düsseldorfer Malerschule" (de schilderschool van Dusseldorf). Maar gauw werd Johanna Eys kunsthandel het middenpunt van vooruitstrevende kunstenaars in Düsseldorf en van de kunstenaarsgroep "Das Junge Rheinland". Vaak vonden er voor in en voor haar galerie levendige discussies plaats, die zo nu en dan ook zo vel werden dat de politie zich geroepen voelde om in te grijpen. Mutter Eys entourage werd gevormd door tal van avant-gardistische schilders en beeldhouwers, waaronder grote namen als Max Ernst, Otto Pankok en Otto Dix. Ook schilderijen van Paul Klee en Pablo Picasso werden bij haar tentoongesteld. 

Rembrandt Claudius Civilis detailBij een van mijn laatste bezoeken aan het Rijksmuseum twijfelde een van mijn klanten aan de echtheid van Rembrandts Claudius Civilis. Nou ja, hij twijfelde er misschien niet daadwerkelijk aan. Het oordeel van de experts, dat wij hier met een wel erg bijzonder schilderij uit het œuvre van Rembrandt te maken hebben, zal hij wel geloofd hebben. (Ook al weten de deskundigen zich op dit gebied ook zo nu en dan te vergissen en heerst er geregeld onzekerheid over, wat nu precies een echte Rembrandt is). Maar deze man stond er pal voor en vond het niet echt op Rembrandt lijken. En helemaal onervaren met Rembrandt was hij ook niet, hij kende immers ook de werken van Rembrandt in Dresden.
Stond voor het schilderij ongeveer waar ook koning Willem-Alexander en koningin Maxima stonden en waar fraaie foto's van hen samen met het Zweeds koningspaar gemaakt werden, toen koning Carl Gustaf en koningin Silvia hier onlangs op bezoek waren.

Van hier kun je mooi van dichtbij kijken hoe de verflagen van Rembrandt op het enorme doek zijn aangebracht. Je dwaalt met je ogen over de oppervlakte en het lijkt wel een abstract werk uit de 20ste eeuw, met soms heel expressieve verfklodders erop, kijk maar naar de kraag van de hoofdpersonage. Wel een beetje typisch voor Rembrandts stijl in zijn late jaren. Bij het zo genaamde Joods bruidje dat ongeveer tegelijkertijd ontstond en dat er schuin tegenover hangt, kon hij er ook wat van, daar wordt de verf zelfs tot driedimensionaal reliëf.

Kijk goed uit als u door Utrecht loopt. Er is veel moois te ontdekken, als de blik net even buiten de gebaande paden mag dwalen. De middeleeuwse Domtoren van Utrecht is het onbetwiste middenpunt en de meest belangrijke bezienswaardigheid van de stad. Maar er is meer, als u de ogen maar openhoud. Hieronder een (subjectieve) keuze. Wie benieuwd is om zelf tijdens een wandeling door Utrecht meer over de stad te weten te komen, vindt hier meer informatie over stadswandelingen in Utrecht. 

Hoofd van Sint Willibrordus beeld Janskerk Utrecht  

Sint Willibrordus op zijn paard. Dit is het hoofd van het bronzen beeld van de heilige dat op het Janskerkhof staat. Willibrordus houdt hier een klein Fries kerkje in zijn handen. Dit beeld van Willibrordus te paard werd gemaakt door Albert Termote. Plannen voor het beeld waren er al in 1939, maar toen het gipsmodel in 1940 klaar was, was de Tweede Wereldoorlog uitgebroken en werd het model tijdelijk in een school in Voorburg verborgen. In 1947 kon het grote bronzen beeld alsnog onthuld worden.

 

Jacobikerk zonnewijzer

Zonnewijzer van 1463 aan de Jacobikerk in Utrecht, de oudste zonnewijzer van Nederland, misschien wel van Europa. De cijfers van deze oudste gedateerde zogenaamde poolstijl zonnewijzer langs de halve cirkel lopen van VI via XII naar VI. Boven de pin kan het in Romeinse getallen aangegeven jaar M IIII LX III (= 1463) ontcijferd worden. De tekens in de hoeken links en rechtsonder zijn waarschijnlijk metselaarstekens, die de maker als zijn merk in de zandsteen krabde. 

Claudia Schipper en Johan Maurits van Nassau Siegen in DillenburgWaarom al die moeite? Mij in steden, historie, erfgoed, in kunst verhalen en tradities verdiepen. Leuke wetenswaardigheden samenstellen tot een rondleiding, in een historische binnenstad of een museum. Kost allemaal veel tijd. Niet alleen het lezen en luisteren. Ook het opspeuren van informatie. Op papier, digitaal en natuurlijk ter plaatse. Van alleen maar jaartallen en feiten opsommen wordt u natuurlijk niet vrolijk, en ik ook niet. Soms ben ik op zoek naar het antwoord op een heel specifieke vraag en het detective werk, de speurtocht naar het antwoord kan nogal wat voeten in de aarde hebben. En als ik pech heb komt er niet eens het gewenste resultaat uit. Dus waarom dit allemaal?

Bekentenissen van een cultuurliefhebber

Het is gewoon enorm leuk. Je doet tijdens de voorbereidingen van rondleidingen of workshops een schat aan kennis op. Eén verbazingwekkend feit jaagt het andere en de leuke nieuwe weetjes die ik soms terloops opdoe, kan ik vaak weer bij een onderdeel van het Kukullus programma inbouwen. Ik begeef mij op een tijdreis. En het allerleukste: ik mag het doorgeven aan mensen die er ook van genieten. Even weg uit de alledaagse sleur en je verdiepen in de leefwereld van lang geleden. En in de soms ongelooflijke vaardigheden waarmee schilders, tekenaars en andere kunstenaars of ambachtslieden hun werken maakten. Hoe is het mogelijk dat Rembrandt met een schijnbaar simpele handbeweging een schets maakte die precies uit het leven gegrepen schijnt? 

Ik wordt er zelf blij van. Met name als ik zie en hoor dat mijn klanten er ook blij van worden. Dan is de missie geslaagd.

Grupello's ruiterstandbeeld van keurvorst Jan Wellem voor het stadhuis van Düsseldorf

Deze informatie kwam nogal onverwacht en ik kwam het ook maar toevallig tegen. In het kader van de voorbereidingen voor stadswandelingen in Düsseldorf die ik in 2012 in het programma van Kukullus heb opgenomen. Deze rondleidingen zijn in eerste instantie bedoeld voor Nederlanders. En mede omdat Düsseldorf niet overal even schilderachtig is, moeten er een paar woorden over de Tweede Wereldoorlog en zijn vernielingen gezegd worden. 

Een van mijn bronnen was Hugo Weidenhaupts boek Kleine Geschichte der Stadt Düsseldorf  van 1968 (4de oplage). En hier valt op pagina 190 te lezen over een opmerkelijk gerucht - in ieder geval bekeken vanuit de 21ste eeuw:

Kunstenaar Gunter Demnig legt struikelstenen (Stolpersteine) in Maarssen aan de Vecht.Er zijn al duizenden geplaatst en nu zijn er ook vijf stuks om over te struikelen in Maarssen te vinden. Struikelstenen - of Stolpersteine zoals de initiator van dit project, Gunther Demnig ze doopte. Het project Stolpersteine vloeide voort uit een eerder project van deze Duitse kunstenaar, namelijk het "Spoor van herinnering" (Spur der Erinnerung) voor gedeporteerde Sinti en Roma. Hiervoor maakte hij in 1990 in Keulen een 16 kilometer lange lijn uit lak vanaf de Schwarz-Weiß-Platz in Köln tot aan het station van Deutz. Vanaf daar werden deze mensen in 1940 door de Nationaalsocialisten naar het Oosten gedeporteerd. 

De struikelstenen plaatst Demnig sinds 1996; de eerste exemplaren in Berlijn en Keulen nog zonder officiële vergunning. Struikelstenen worden voor woonhuizen van slachtoffers van het nazibewind in de grond gelegd om de gedeporteerde en vermoorde mensen op hun voormalige woonplaats te gedenken. In tegenstelling tot monumenten bij concentratiecampen en vernietigingslagers roepen Stolpersteine de slachtoffers daar in herinnering waar zij woonden, leefden, werkten en deel van de gemeenschap uitmaakten. 

De Martiniklok van 1491 vervaardigd voor de Martinikirche in Siegen door Johann von Düren.Veel plaatsen en gebouwen in Siegen werden op 16 december 1944 tijdens een geällieerde luchtanval vernietigd en beschadigd. Een ervan is de Martinikerk, de oudste kerk van de stad. En in deze kerk is nog een 15de eeuwse klok te vinden die er getuige van was. Ook al is het een inmiddels stille getuige. Want zij mag niet meer slaan. 

Een blijkbaar nog op een typemachine geschreven papiertje op de klok zelve informeert de bezoeker over een bijzonder verhaal. Wij lezen hier dat de klok bij de bombardementen en de daarop volgende brand samen met de houten klokkentoren opgetild werd, als met een ballon door de lucht zweefde alvorens in de brandende kerk te storten. 

Nederland kent veel culturele instellingen. En voor allemaal geldt dat hun succes van het interesse van bezoekers en publiek afhangt. Zoals bij musea, kunsthallen, theaters, concertgebouwen en erfgoedhuizen. Voor culturele instellingen was het altijd al cruciaal om belangstellen op het eigen aanbod attent te maken. Als er iets te zien, horen en beleven is, zijn er immers bezoekers voor nodig. Sinds er in de afgelopen jaren sprake is van een economische crisis en steeds meer culturele organisaties het met minder subsidie moeten doen, speelt publieksbereik een nog grotere rol.

Dan is het opvallend dat veel van deze instellingen kansen laten liggen.

De natuur van het beestje (mij) brengt het met zich mee, dat ik met boeken in verschillende talen te maken heb. Voornamelijk Duits en Nederlands. En ze staan niet alleen in mijn boekenkasten naast elkaar, maar ook in bibliotheken, om maar nog een andere bron van kennis te noemen. 

En op de plank naast elkaar toont zich een eigenaardigheid waarover ik nog niemand heb zien schrijven. Als Nederlandse boeken rechtop staan, moet je het hoofd naar rechts buigen om de boektitels op de rug van het boek goed te kunnen lezen. Bij Duitse boeken is dit andersom, daar draai je het hoofd naar links omdat de schrift op de rugtitel precies andersom geprint is. Als je snel iets zoekt of 'scant' op een boekenplank, wiebel je dus continu met het hoofd heen en weer. Als je in een bibliotheek zo iemand voor de boeken ziet staan, is de kans dus groot dat het iemand met Duits-Nederlandse interesses is. 

Nou is het bij veel schrijfwerk en na langdurig zitten aan een bureau natuurlijk prettig om je gespannen schouder- en nekspieren een beetje los te werken door het hoofd alle kanten op te bewegen. Maar dit is vast niet de reden waarom dit bedacht werd. Waar komt dit verschil vandaan? Waarom wijkt de Duitse boekdrukkerij precies 180 graden van de Nederlandse af? Bij het autorijden is dit toch ook niet het geval. Wat betreft de kant waaraan je rijdt dan. 

Wie het weet - laat het weten, ik ben er beniewd naar. 

24 oktober 2012

 

Deze website maakt gebruik van cookies. Met cookies vergroten wij de functionaliteit van onze website. Zonder cookies zal deze mogelijk niet optimaal functioneren. Als je verder deze website blijft bezoeken zonder de instellingen voor cookies in je browser te wijzigen, begrijpen wij dit als toestemming voor het plaatsen van deze cookies zoals omschreven in onze privacyverklaring. Ga voor meer informatie naar in de privacy verklaring.